Dit weet je na het lezen:
- Aardgas blijft een belangrijk onderdeel van de energiemix voor leveringszekerheid.
- Het afschalen van fossiele brandstof kan wereldwijd juist tot hogere uitstoot leiden.
- Capaciteitsmechanisme krijgt nu ook in Nederland steeds meer urgentie.
- Een bijmengverplichting voor groen gas is ook een gewenste vorm van vraagsturing.
Het Klimaatakkoord van Parijs, het CSDR-classificatiesysteem voor duurzame beleggingen, de Nederlandse Klimaatwet of Fit voor 55; onder aan de streep hebben deze verschillende beleidskaders dezelfde boodschap. Aardgas is geen duurzame brandstof, dus willen we ervan af. De beoogde cijfers en jaartallen zijn in de praktijk echter minder zwart-wit. Jaartallen waarin doelstellingen bereikt moeten zijn en emissiereducties zijn vaak een stip op de horizon om partijen in beweging te krijgen, geen harde eis.
Het uitfaseren van energiedragers is ook een secundaire doelstelling. Het primaire doel in deze ontwikkeling is minder emissie uitstoten. Daarnaast spelen andere belangen, zoals onafhankelijkheid van Russisch gas of betaalbaarheid voor consumenten. Die (sub)doelstellingen kunnen vanuit democratisch oogpunt net zo belangrijk zijn. Het is balanceren tussen keuzes die soms strijdig zijn met elkaar. Zo kan aardgas in bedrijfsprocessen worden gebruikt om minder emissie uit te stoten en daarmee juist wél voldoen aan de primaire doelstelling.
Instrumenten om te sturen
De uitfasering van aardgas draait om deelgebieden: de industrie, gascentrales voor elektriciteitsvoorziening en de gebouwde omgeving. Die hebben volgens energiemarktexpert Jasper Meijering ieder eigen kenmerken, afhankelijkheden en mogelijkheden voor alternatieven. Het afbouwen van aardgas is daarbij niet de kern, geen doel op zich, bevestigt hij. “Door op emissiereductie te sturen, kan gasafname wel het gevolg zijn. Het Emissions Trading Systeem (ETS) is hierbij het meest effectieve instrument gebleken. Aardgas moeten we in die totaliteit van het hele energiesysteem zien.”
Vrije keuze in energiemix
Ondanks sturing uit Brussel kijken Europese lidstaten verschillend naar de wenselijkheid van aardgasproductie en -gebruik, en dat mag ook. Volgens het Verdrag van Lissabon zijn lidstaten ieder vrij in hun keuze om de energiemix in te vullen zoals ze willen. Nederland had in 2024 de grootste elektriciteitsproductie uit gascentrales vergeleken met landen om ons heen - België, Duitsland, Frankrijk, Spanje en het Verenigd Koninkrijk (bron ENTSOE Timera Energy). Dat is nog een overblijfsel uit de tijd dat Nederland een grote leverancier van gas was. De afgelopen jaren is in Nederland door het Groningendebat de enigszins dwangmatige tendens ‘van het gas af’, gericht op woningen, overgegaan naar meer focus op hybride oplossingen voor de industrie.
Waterstof in gascentrales
Voor investeringen is het natuurlijk handig als regelgeving helder is. Zo maakt de nationale onrust rond het stikstofdossier in Nederland het er niet eenvoudiger op. Toezeggingen vanuit de politiek zijn dan mooi, zoals de recente aankondiging om projecten die 30% minder stikstof uitstoten vergunningsvrij te verklaren. “Maar de vlag gaat ook niet uit”, zegt Arjan Sixma, plantmanager van ENGIE’s Eemscentrale. Het blijft immers een eigen afweging hoe houdbaar de keuzes van de overheid in de toekomst zijn. Juist omdat nationaal beleid wispelturig kan zijn, is eigen ambitie volgens ENGIE belangrijk. ENGIE is met het moederbedrijf als investeerder in dertig landen actief. “Wij hanteren vooral onze eigen visie om CO2-neutraal te zijn in 2045.”
Dat kan via verschillende routes: door CO2 te reduceren of door over te gaan op andere energiedragers, zoals groen gas of waterstof. Voor het ombouwen van bestaande gascentrales om waterstof bij te mengen, ziet ENGIE voldoende ambitie en richtlijnen in Nederland. “Er ligt een duidelijke ‘roadmap’ om waterstof uit te rollen in samenwerking met Gasunie. Over de timing kun je discussiëren, maar het gaat gebeuren.” Een breed gedragen nationaal programma geeft in dit geval de internationale investeerder houvast. Daarbij staan wel vragen open over energiebelastingen of nettarieven, maar dat zijn volgens de multinational onderwerpen die in Nederland goed bespreekbaar zijn met beleidsmakers.
Vraagsturing in de industrie
Consistente beleidskaders voor fossielvrije keuzes zijn met name nodig voor ontwikkelingen waarop private partijen niet alleen kunnen acteren. Bijvoorbeeld omdat de prijs van duurzame alternatieven nog onevenredig hoog is (waterstof), of omdat een ketenbenadering nodig is. Een beleidsrichting die samenhang brengt is vraagcreatie. Meijering: “Discussies over de risico’s van gas in de industrie zijn vaak gericht op de aanbodkant, bijvoorbeeld dat bepaalde fabrieken moeten sluiten. Probleem bij dit ‘vijanddenken’ is dat je geen invloed hebt op wat internationale bedrijven produceren die buiten het ETS vallen en naar de EU exporteren.”
Hij vervolgt: “We zien nu dat industriële productie hier wordt afgeschaald en vervangen door import. Naast een grote afhankelijkheid van het buitenland kan dit ook tot een hogere wereldwijde uitstoot leiden, als de productie buiten Europa meer emissie uitstoot. We kunnen beter beginnen met de vraag.”
Door van producten te eisen dat ze met duurzame energie en grondstoffen geproduceerd zijn, kan er groene vraag ontstaan. Zonder de concurrentie van goedkopere (niet-groene) producten uit het buitenland. Bij voldoende groene vraag weten de industrie en investeerders veel duidelijker waar ze aan toe zijn. “Dat vraagt om een andere ketenbenadering."
Bijmengverplichting
Vorig jaar stuurden ruim honderd Nederlandse bedrijven en organisaties een brandbrief aan de Europese Commissie om vraagsturing een boost te geven. Branchevereniging Energie-Nederland was een van hen. Voorzitter Cora van Nieuwenhuizen: “Door niet alleen producenten, maar ook consumenten te betrekken in de verduurzaming, gaan eisen gelden voor alle producten die op de Europese markt worden verkocht. Er kunnen zelfs eisen aan worden verbonden dat een bepaald minimumpercentage alleen in de EU geproduceerd mag zijn. Daarmee komt er ook meer zekerheid dat industrieën van het gas af kunnen.”
Een bijmengverplichting voor groen gas is ook een gewenste vorm van vraagsturing, met directe impact op de aardgasvraag. In andere sectoren is het effect indirect. Zo kan bijvoorbeeld van zuivelleveranciers worden geëist om 20% ‘low-carbon’ kunstmest te gebruiken. De sector kan vervolgens kiezen voor CO2 afvangen en opslaan (CCS), of overstappen op groene waterstof. Beide keuzes hebben een andere uitwerking op de aardgasvraag.
Balans en flexibiliteit in energiesysteem
Tegenover de risico's van de uitfasering van aardgas staan ook duidelijke kansen. Zorgen om ‘dunkelflaute’ en de actuele catastrofe in Spanje hebben aardgas terug op de agenda gezet als waardevolle investering vanwege de leveringszekerheid. Hoewel de Spaanse regering de oorzaak voor de volledige black-out in april nooit met zoveel woorden heeft benoemd, benadrukken experts de noodzaak om genoeg regelbare gascentrales te behouden in een elektriciteitssysteem met steeds meer niet-regelbare zon- en windenergie.
Volgens de energiemarktconsultants van het Europese Timera Energy is mede om die reden het rendement op gasgestookte ‘assets’ de afgelopen jaren gestegen. Aardgas zorgt, bij de huidige bestaande technologie, de komende tientallen jaren voor de nodige balans en flexibiliteit in het energiesysteem. Dat zou investeringen juist interessant maken, met groeiende belangstelling vanuit ‘private equity’. Voor Nederland is berekend dat we in 2033 voor onze energievoorziening voor 40% van de tijd afhankelijk zijn van import, gascentrales of industriële vraagsturing. Hoewel ook kolen een rol kunnen spelen in de noodzakelijke flexibiliteit, spreken we daarbij over ongeveer twee keer zoveel uitstoot als bij een gascentrale.
Leveringszekerheid naast duurzaamheid en betaalbaarheid
Voor ENGIE is de dreiging van disbalans in het systeem een ‘no-brainer’. “Het net stabiel houden is onze dagelijkse bezigheid en die van collega’s.” Het is een vaste pijler in de driehoek waar investeringscriteria aan worden getoetst: duurzaamheid, betaalbaarheid en leveringszekerheid. “Wat er in Spanje is gebeurd, heeft meer invloed gehad op de publieke opinie dan op investeerders”, denkt Sixma.
Een gesprek over kansen voor aardgas is een beetje als de kip of het ei. Investeren omdat er kansen liggen of ontstaan er kansen door te investeren? Sixma: “Bij het ombouwen van de Maxima-centrale om waterstof bij te mengen, lag hiervoor nog geen infrastructuur. Toch besloten we het te gaan doen. Technisch gezien is onze installatie nu geschikt om waterstof te verbranden. Dan voer je toch een ander gesprek met partners, omdat je anderen zekerheid biedt.”
Haast met capaciteitsmarkt
Door de groei van energie uit hernieuwbare bronnen draaien gasgestookte centrales steeds minder. Omdat ze wel nog steeds de 'back-up' van het energiesysteem zijn, groeit de ‘businesscase’ scheef. Gascentrales krijgen betaald voor levering. Willen private partijen nog wel investeren in centrales die niet fulltime draaien en leveren, maar waarbij wel alle proces- en onderhoudskosten doorlopen?
Om deze investeringscase rond te krijgen, is het capaciteitsmechanisme in het leven geroepen. Een betaling die dient als een soort verzekering voor het feit dat een centrale klaar staat wanneer dat nodig is. In andere landen bestaat dit mechanisme al, zoals Duitsland en België. De beslissing van ENGIE om een nieuwe gascentrale in België te openen, is mede vanwege dit onderliggende mechanisme genomen. Sixma: “België, Duitsland en Frankrijk hebben wat dat betreft sneller geacteerd dan Nederland. Hier speelt meer de gedachte dat de markt het gaat oplossen.”
Daar komt nu verandering in. Het idee dat een capaciteitsmechanisme voor gascentrales juist verduurzaming tegengaat is aan het kantelen. Ook omdat het omzetten van gasinfrastructuur naar duurzame alternatieven tijd kost. Verduurzaming gaat om een mix van oplossingen en voorlopig is aardgas nog onderdeel van die mix.
Sluiting cruciale gascentrales voorkomen
Energie-Nederland is sterk voorstander van de introductie van een capaciteitsmarktmechanisme, omdat daarmee sluiting van cruciale gascentrales voor elektriciteitsvoorziening wordt voorkomen. Begin september werd een rapport aangeboden aan minister Sophie Hermans met de boodschap dat er haast bij is. “In Duitsland worden de komende jaren gascentrales bijgebouwd om uitfasering van kolen en nucleair te compenseren en uitrol van duurzame energie te faciliteren. Vanuit duurzaamheid, betaalbaarheid en leveringszekerheid is het verstandig om, zolang we gas nodig hebben, een flink deel op de Noordzee te produceren. In plaats van alleen LNG te importeren met een veel hogere voetafdruk”, aldus Van Nieuwenhuizen. Het opzetten van zo’n mechanisme is een intensief traject dat meerdere jaren in beslag neemt. “De tijd dringt.” Instrumenten die worden ingevoerd als overbruggingsmechanisme moeten wel lang genoeg gaan gelden om effectief te zijn.
Wereldperspectief
Investeren in aardgas blijft een complex vraagstuk. Volgens marktanalyse van Timera Energy danken succesvolle investeringen dit aan een reeks factoren die niet altijd beïnvloedbaar zijn. Zoals concurrentiekracht op het net, financiële structuren (zoals het capaciteitsmechanisme) of voordelen per locatie of land. In wereldperspectief is aardgas nog altijd een interessante investering, omdat het een betrouwbaar en betaalbaar product is en het er in overvloed is. Dat eigen duurzame ambities daarbij leidend blijven voor een consistente koers, blijkt weer nu de recente handelsdeal tussen Amerika en de EU juist versoepeling van klimaatregels op de agenda heeft gezet.










