Vakbond CNV doet al jaren onderzoek naar rouw op het werk en pleit inmiddels voor structurele aandacht in cao’s en wetgeving. Inmiddels bevatten zeker 80 cao’s afspraken over rouwverlof. In sectoren als de bouw, de kinderopvang, het openbaar vervoer en bij ABN Amro krijgen werknemers recht op 10 dagen rouwverlof. "De behoefte aan rouwverlof of een regeling rondom rouw is enorm bij werkenden", aldus CNV-voorzitter Piet Fortuin.
Ruimte krijgen om met verlies om te gaan
Uit onderzoek van CNV blijkt dat 10% van de rouwende werknemers in een burn-out terechtkomt. Ruim een derde van hen keert te snel terug naar het werk, terwijl bijna 30% voor langere tijd uitvalt. Volgens werknemers geven 4 op de 10 werkgevers te weinig ruimte om verlies te verwerken. Ruim een kwart ervaart geen begrip vanuit de organisatie. Fortuin: "CNV streeft ernaar dat over 5 jaar in elke cao een afspraak over rouwverlof staat. Bij voorkeur een flexibel opneembaar verlof van 10 dagen."
Toch draait het volgens Fortuin niet alleen om afspraken op papier. "Niet alles is te vangen in beleid. Rouw vraagt vooral bewustwording, een cultuur waarin mensen zich veilig voelen en ruimte krijgen om met hun verlies om te gaan", vertelt hij. "Hoe reageer je als collega tijdens de eerste ontmoeting bij de koffiemachine na het verlies van een kind of partner? Hoe geef je leiding aan iemand die midden in een rouwproces zit? Dat begint bij aandacht en het goede gesprek. Leidinggevenden en HR hebben hierin een sleutelrol, maar ook collega’s onderling kunnen veel verschil maken."
Signalen van rouw op het werk herkennen
Annemiek Dogan van Grief.Academy, expert en pionier op het gebied van rouw op de werkvloer, onderschrijft dat cao-afspraken een goede stap zijn. "Tegelijkertijd is het slechts een begin. Rouw laat zich niet vangen in tijd of standaardprocedures. Het is persoonlijk, grillig en komt in golven." Voor arboprofessionals is het daarom belangrijk om signalen van rouw op het werk te leren herkennen, ook buiten de formele verlofperiode.
Gedragsveranderingen kunnen subtiel zijn. Iemand die normaal spraakzaam is, trekt zich ineens terug. Een ander meldt zich vaker ziek met vage klachten. Soms is iemand fysiek aanwezig, maar mentaal afwezig. Of iemand zoekt afleiding door heel druk of clownesk gedrag te vertonen. "Dergelijke signalen vragen om alertheid en empathie", aldus Dogan.
Rouwbegeleiding niet per se tijdrovend
Ze pleit daarom voor het aanstellen van een rouwexpert binnen grotere organisaties. Iemand die kennis heeft van rouw en het gesprek over rouw op het werk op een veilige manier kan voeren. Iemand die daarnaast zichtbaar en toegankelijk is voor werknemers.
"Dat kan een HR-medewerker zijn, een leidinggevende of een collega met eigen ervaring, mits diegene goed is opgeleid en begeleid. Belangrijk is dat de drempel laag is en dat er ruimte is voor echte gesprekken. Wanneer het lukt om die ruimte te creëren, blijkt in de praktijk dat werknemers zich sneller veilig voelen, eerder terugkeren naar het werk en minder snel uitvallen."
Rouwbegeleiding hoeft niet zwaar of tijdrovend te zijn, stelt Dogan. "Een goed gesprek, het aanstellen van een rouwbuddy of het organiseren van een laagdrempelig contactmoment kan al veel betekenen. Werknemers voelen zich dan gezien en gesteund, wat hun betrokkenheid en veerkracht versterkt."
Rouw is meer dan verlies door overlijden
Een ander aandachtspunt is het verbreden van het rouwbegrip. Rouw is meer dan verdriet na verlies door overlijden. "Ook een scheiding, een ongeneeslijk zieke partner, een miskraam of mantelzorg voor een zieke ouder kan rouw oproepen. Toch is daar binnen organisaties doorgaans weinig aandacht voor", zegt Dogan.
"Zo heeft de HR-afdeling geen idee wie van de medewerkers bijvoorbeeld een miskraam heeft gehad. Terwijl zulke ervaringen bespreken juist zorgt voor verbinding en herkenning. Organiseer eens een uur waarin mensen die iets soortgelijks hebben meegemaakt met elkaar in gesprek kunnen. Dat kan live of online, anoniem of met naam. Mensen voelen zich daardoor minder alleen en durven vaker hun hart te luchten bij collega’s."
Rouwbegeleiding hoort in het arbobeleid
Arboprofessionals kunnen bijdragen door binnen de organisatie draagvlak te creëren voor rouw op het werk. Denk aan een combinatie van praktische tools en menselijk contact. Bijvoorbeeld video’s met uitleg over rouw op intranet en interactieve workshops waarin medewerkers hun verhalen kunnen delen. Of een inloopspreekuur waar mensen zonder verplichting kunnen binnenstappen.
Ook het toevoegen van rouwbegeleiding aan het arbobeleid hoort daar volgens Dogan bij. "Niet in de vorm van een losse paragraaf in een beleidsstuk, maar als integraal onderdeel van de organisatiecultuur. Dat vraagt tijd en betrokkenheid, maar het begint bij de eerste stap: het gesprek aangaan."
Rouw op het werk is geen luxe-onderwerp
Bovenal vraagt rouwbegeleiding om deskundigheid. Arboprofessionals die hierin een rol willen spelen, hebben baat bij nascholing en intervisie. Dogan: "Rouwbegeleiding is een vak apart. Het vraagt kennis van rouwprocessen, gespreksvaardigheden en vooral ook het vermogen om als mens nabij te zijn. Een casus over rouw op het werk kunnen voorleggen in een intervisiegroep of ondersteuning krijgen bij een lastig gesprek, helpt om de juiste toon en aanpak te vinden."
"Rouw op het werk is geen luxe-onderwerp", besluit Fortuin. "Het is essentieel voor duurzame inzetbaarheid, voor mentale gezondheid en voor een mensgerichte organisatiecultuur. Rouw en werk horen nu eenmaal bij elkaar en daar moeten we naar handelen. Met een luisterend oor, kennis van zaken, zorg, aandacht en flexibiliteit."
Meer weten over rouw?
- CNV-handreiking Hoe werkt rouw
- CNV heeft bovendien podcasts, workshops, webinars en trainingen over rouw
- Opleiding Rouwexpert op het werk bij Grief.Academy
- landelijksteunpuntrouw.nl
- ikmisje.eo.nl















