Bij de verslaggeving over duurzaamheid gaat het meestal om informatie in het bestuursverslag. Maar soms kunnen ontwikkelingen rond duurzaamheid ook tot accountingtechnische vraagstukken leiden. Dus meer hardcore boekhoudkundige vragen voor de jaarrekening.
Op het gebied van inkoop van groene stroom zijn er inmiddels enkele verduidelijkingen in de internationale regelgeving opgenomen. Bij het inkopen van fysieke voorraden blijven nog niet-geleverde bestellingen doorgaans off-balance; ze worden pas in de balans opgenomen bij ontvangst of bij eerdere vooruitbetaling.
Voor sommige grondstoffen geldt dat ze niet alleen door producenten worden gekocht, maar ook door beleggers. Voor dergelijke commodities bestaan goederentermijnbeurzen, waarbij je kunt beleggen in bijvoorbeeld aardolie, koffie, suiker en diverse metalen.
Derivaten
Dergelijke termijncontracten worden niet fysiek afgewikkeld, maar de marktwaardeverandering wordt in cash afgerekend. Deze beleggingen worden in de jaarrekening verwerkt als afgeleide financiële instrumenten (derivaten). Voor financiële instrumenten geldt dat die in de jaarrekening worden verwerkt vanaf de datum waarop het contract wordt gesloten; de leveringsdatum heeft hierbij geen betekenis.
Bij ondernemingen die dergelijke commodities in hun productie gebruiken, kan het soms onduidelijk zijn of langlopende inkoopcontracten onder de voorraden vallen of onder de derivaten. De jaarrekeningregels maken dit onderscheid afhankelijk van de vraag of de grondstoffen voor eigen gebruik zijn of dat het contract uiteindelijk slechts in cash zal worden afgewikkeld.
Soms vergt dat nadere analyse, bijvoorbeeld als bij een raamcontract met een fysieke leverancier is afgesproken dat als er uiteindelijk minder wordt afgeroepen dan een bepaalde omvang, er toch voor het niet-afgenomen deel een bepaalde verrekening in cash plaatsvindt.
Financieel instrument
Tegenwoordig is op dit punt een nieuw vraagstuk ontstaan rond de inkoop van energie (elektrische stroom). Stroom is ook een commodity; er bestaan liquide markten voor. Het komt voor dat een onderneming een contract aangaat om gedurende langere tijd alle stroom van een windturbinepark of zonnepanelenpark af te nemen tegen een afgesproken prijs(systeem). Dat wordt aangeduid als een power purchase agreement (PPA).
Het bijzondere van dergelijke energieopwekking is dat de productie niet naar eigen wens verloopt, maar volgt uit ‘de natuur’. Immers, ook ’s nachts waait het en in het weekend kan de zon schijnen, terwijl dan het energieverbruik van de onderneming laag is. Omdat stroom niet kan worden opgeslagen, moet die stroom dan meteen worden (door)verkocht aan het algemene stroomnet.
En dan hebben we een jaarrekeningprobleem! Voor een dergelijk contract geldt dan namelijk niet meer dat alle ingekochte stroom zelf gebruikt zal worden. Een deel zal naar verwachting worden verkocht. Is daarmee dit contract een financieel instrument geworden, met dus een heel andere verwerking in de jaarrekening?
Grijze stroom
Onder IFRS is nu geregeld dat inkoopcontracten voor groene stroom nog als eigen gebruik mogen gelden, indien aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Een daarvan is dat, hoewel de onderneming ook stroom verkoopt, de onderneming naar verwachting per saldo inkoper van stroom is. Dus dat naast de inkoop van de groene stroom er nog meer grijze stroom wordt ingekocht dan dat er aan groene stroom wordt doorverkocht.
Hoe je dit precies bepaalt, is met nadere guidance geregeld. Bijvoorbeeld als het gaat om een onderneming met meerdere (internationale) locaties of als het stroomverbruik een seizoenspatroon heeft.
Uitzondering
Een bijkomende complicatie doet zich voor als een onderneming het prijsrisico van toekomstige stroom afdekt met stroomderivaten die als onderliggende waarde de productie van een bepaald zonne- of windpark hebben: een virtual power purchase agreement (vPPA).
Om waardefluctuaties toe te rekenen aan toekomstige jaren waarin de stroom wordt ingekocht, is hedge accounting nodig. Maar een van de algemene eisen daarvan is dat de afgedekte transactie zich zeer waarschijnlijk zal voordoen. En bij groene stroom is het voorspellen van de toekomstige productie inherent niet heel nauwkeurig.
Onder IFRS is daarom een uitzondering gemaakt om hierbij toch hedge accounting mogelijk te maken. In de Nederlandse jaarrekeningregelgeving zijn (nog) geen soortgelijke aanpassingen gedaan.
Let wel: deze problematiek speelt niet als een onderneming eigen zonnepanelen op het dak heeft liggen en daarvan stroom gebruikt. Alleen (rest)stroom die wordt geleverd aan het net wordt (op dat moment) als verkoopopbrengst verwerkt, ook al zou er een meerjarig contract zijn met het energiebedrijf. Het moet dus gaan om inkoop van groene stroom van een specifieke bron.
Groene stroom opslaan
Met deze aanpassingen poogt IFRS de stand van de techniek bij te houden. Maar inmiddels zijn er in vakkringen al vragen opgekomen rond de technologische ontwikkeling van batterijen. Immers, als je zonne- en windenergie wel kunt opslaan, is stroom niet (meer) anders dan andere fysieke commodities zoals aardolie. Dan zou de uitzondering op de regel dus niet meer terecht zijn.
Zo zullen technologische ontwikkelingen rond duurzaamheid de jaarrekeningregels blijven beïnvloeden.















