Energietransitie vraagt om andere kijk op verzekeren
Tewaterlating van de Carbon Destroyer 1 van scheepsbouwer Wagenborgen. Foto: Greensand

Energietransitie vraagt om andere kijk op verzekeren

De energietransitie vraagt om innovaties zoals waterstofinstallaties, batterijsystemen en 'carbon capture and storage'. Maar juist bij dit soort nieuwe technologie ontbreekt vaak de schadehistorie waarop verzekeraars hun acceptatie baseren. Daardoor komen projecten soms moeilijk van de grond. Toch is verzekerbaarheid zelden de echte 'showstopper', zeggen Hanneke van Oss (Bluewater Energy Services en voorzitter van NARIM) en Carolien Sala (INSVER). Volgens hen ligt de sleutel vooral bij vroegtijdige samenwerking, kennisdeling en maatwerk.

Uit onderzoek van brancheorganisaties Adfiz, NARIM, het Verbond van Verzekeraars, NIVRE en de 
VNAB blijkt dat bijna een derde van de bedrijven problemen ervaart met het verzekeren van duurzaamheidsmaatregelen, of die in de toekomst verwacht. In sommige gevallen leidt dat daadwerkelijk tot uitstel of aanpassing van projecten. Dat beeld komt naar voren uit een ‘position paper’ dat de partijen uitgaven. De grootste knelpunten liggen volgens de verzekeringspartijen bij innovatieve technologieën, beperkte kennisdeling, het moment waarop verzekeraars worden betrokken en bij regelgeving.

Ontbreken van data

Volgens Hanneke van Oss, Department Head Insurance bij Bluewater Energy Services en voorzitter van de NARIM - de Nederlandse associatie van risk- en insurance managers - is het probleem zelden dat verzekeraars niet willen. Het probleem zit vooral in het ontbreken van data. “Verzekeraars bouwen hun acceptatie en prijsstelling op historische schadegegevens en beproefde rekenmodellen. Zodra een project gebruikmaakt van technologie waarvoor die data ontbreekt, ontstaat onzekerheid. Dat geldt met name voor pilots, demonstratieprojecten en eerste commerciële toepassingen.”

 

Van Oss illustreert dat met een getijdenenergieproject bij Texel, waarbij de meeste onderdelen technisch gezien niet nieuw waren. “Ankersystemen, installatie op zee en drijvende constructies worden al decennia toegepast in de ‘offshore’ sector. De uitdaging zat niet in die onderdelen, maar in de kabel naar het land en het opwekken en transporteren van stroom. Daarover was onvoldoende schadehistorie beschikbaar, waardoor verzekeraars terughoudend waren. Het project ging uiteindelijk door, maar met een concessie: het kabelrisico werd uitgesloten en bleef voor rekening van de samenwerkende partijen die het realiseerden.”

Verzekerbaarheid groeit mee

Het is een terugkerend patroon, zegt Van Oss. “Wat vandaag moeilijk te verzekeren is, kan over tien jaar een standaardrisico zijn. Dat was bij ‘offshore’ wind niet anders. De kabels waren in de beginjaren ook een groot probleem, met hoge schadelast en uitsluitingen tot gevolg. Door technische verbeteringen en opgebouwde ervaring zijn die risico’s inmiddels grotendeels verzekerbaar. De les is dat verzekerbaarheid meegroeit met bewezen prestaties en gedeelde kennis.”  

Een belangrijke conclusie uit het onderzoek is ook dat verzekeraars vaak te laat in beeld komen. Bedrijven ontwikkelen een project, winnen een tender of plaatsen een installatie en kloppen pas daarna aan bij hun verzekeraar of adviseur. Dan blijkt dat het ontwerp niet voldoet aan acceptatiecriteria, bijvoorbeeld op het gebied van brandveiligheid, compartimentering of materiaalkeuze. Aanpassingen achteraf zijn kostbaar en leiden tot vertraging. 

Sleutelrol makelaars en adviseurs

Volgens Van Oss ligt hier een sleutelrol voor makelaars en adviseurs. “Zij moeten weten welke verzekeraars affiniteit hebben met bepaalde technologieën en bereid zijn om in een vroeg stadium mee te denken. Dat vraagt ook iets van bedrijven zelf. In plaats van verzekeren als sluitstuk te zien, moeten de risico’s vanaf de ontwerpfase onderdeel zijn van het project. Soms betekent dit dat een technisch specialist of engineer mee aan tafel moet bij gesprekken met verzekeraars, zodat complexe oplossingen goed kunnen worden uitgelegd.”  

Waar Van Oss vooral spreekt vanuit de grootzakelijke projecten, ziet Carolien Sala, directeur van INSVER (de vereniging van verzekeringsadviseurs) vergelijkbare patronen in de ervaringen van adviseurs. Haar organisatie richt zich op de verduurzaming van de verzekeringsbranche en ondersteunt verzekeringsadviseurs. Ook uit haar ervaring in de praktijk blijkt dat verzekeraars vaak wel degelijk bereid zijn duurzame projecten te verzekeren. “Maar het betreft vaak maatwerk en oplossingen zijn niet altijd toegankelijk. Daarom is de rol van de adviseur zo belangrijk.”

Secundaire onverzekerbaarheid

De genoemde ontoegankelijkheid kan leiden tot een vorm van onverzekerbaarheid, stelt Sala. “Oftewel: objectief gezien is het risico niet onverzekerbaar, maar adviseurs en ondernemers weten niet altijd waar ze terechtkunnen. Zeker bij projecten met meerdere technologieën - zoals zonnepanelen, batterijen, laadinfra en energiehubs - is vrijwel altijd maatwerk nodig. Dat vraagt om adviseurs die het risico integraal kunnen beoordelen en toegang hebben tot specialistische kennis bij verzekeraars.”

 

Volgens Sala realiseren veel bedrijven zich onvoldoende dat verzekerbaarheid direct samenhangt met financierbaarheid. “Als een installatie of een combinatie van installaties niet verzekerbaar is, komt ook de financiering onder druk te staan. Immers, de financier loopt meer risico. Dat maakt het des te belangrijker om verzekeringsadvies niet uit te stellen tot het einde van het traject, maar de adviseur vroegtijdig te betrekken bij de plannen.”

Wie is waarvoor verantwoordelijk?

Bluewater Energy Services werkt aan ‘offshore’ oplossingen en ziet dat verzekeraars vooral behoefte hebben aan duidelijkheid. Van Oss: “Wie is waarvoor verantwoordelijk, welke risico’s zijn technisch beheersbaar en welke blijven bij de verzekernemer liggen?” In een concreet project voor een terminal voor tankers die waterstof in ammoniak vervoeren, vergrootte Van Oss de verzekerbaarheid
door verzekeraars en hun risicomanagers vroegtijdig te betrekken. “Door het ontwerp en de veiligheidsmaatregelen stap voor stap toe te lichten, ontstond voldoende vertrouwen om dekking te bieden. Dat soort trajecten kosten tijd, maar het voorkomt dat een project strandt op het moment dat
de bouw al in zicht is.” 

Een technologie die in het onderzoek en in de markt expliciet wordt genoemd als complex, is 'carbon capture and storage’. Volgens verzekeringsmakelaar Marsh ontstaan hier verzekerbaarheidsuitdagingen door een combinatie van factoren. Hij noemt onder andere beperkte historische data over schades, moeilijk te bepalen aansprakelijkheid op de lange termijn en specifieke technische risico’s, zoals CO2-lekkage, migratie, geotechnische onzekerheden en aardbevingen veroorzaakt door menselijk handelen.
“Daar komt bij dat regelgeving en aansprakelijkheid over zeer lange perioden nog niet altijd helder zijn.”

Een platform op het Deense deel van de Noordzee waar CO2 wordt opgeslagen. Foto: INEOS Energy
Een platform op het Deense deel van de Noordzee waar CO2 wordt opgeslagen. Foto: INEOS Energy

Geen administratief sluitstuk

Echter, verzekerbaarheid is zelden een absolute ‘showstopper’, zeggen Van Oss en Sala over het algemeen over projecten in de energietransitie. Sala: “Maar het kan wel een vertragingsfactor zijn, 
omdat nieuwe technologie nu eenmaal nieuwe risico’s met zich meebrengt. Die onzekerheid en risico’s verdwijnen niet vanzelf. Deze moeten actief worden gemanaged, met data, kennisdeling en realistische keuzes over welke risico’s je verzekert en welke je zelf draagt.”  

Wie serieus werk wil maken van de energietransitie, moet de verzekering dan ook niet zien als een administratief sluitstuk. “Juist door adviseurs en technische experts vroegtijdig te betrekken, kun je
problemen later in het traject voorkomen”, licht Sala toe. “Zo kunnen we de energietransitie al met
al versnellen.”

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.