Het werd uiteindelijk dinsdag. Volgens de Franse garagehouder was het lek in mijn voiture gedicht en kon ik mijn reis hervatten. Op mijn vraag hoe het lek had kunnen ontstaan, haalde hij zijn schouders op en zei: ‘kan gebeuren’.
Een jaar later – opnieuw op vakantie – blijkt dezelfde auto plotseling onbestuurbaar. Ik kon een aantal tegenliggers ternauwernood ontwijken. Aan de kant van de weg beland, stelde ik vast dat er weer een diesellekkage was. De gealarmeerde Zwitserse wegenwacht zette me allervriendelijkst af voor de deur van een merkdealer. Twee monteurs ontfermden zich meteen over mijn wagen. In een mum van tijd hadden ze het lek gevonden.
Net voordat ze alles weer in elkaar wilden zetten, kwam hun baas langs en vroeg of ze ook wisten waardóór de lekkage was veroorzaakt. De monteurs leken in eerste instantie verrast: ‘Wat zeurt-ie nou, alles zit nu toch weer goed vast?’ Opnieuw een gevalletje van ‘kan gebeuren’.
De baas maakte ze echter duidelijk dat een probleem waarvan je de oorzaak niet kent, zich zomaar wéér zou kunnen voordoen. Tegen zoveel ijzeren logica waren ze niet bestand. Maar hoe ze ook zochten en zich het hoofd erover braken, ze kwamen er niet achter hóe de brandstofleiding onder de achterbank had kunnen losschieten. Uiteindelijk werd met behulp van het internet (!) de oorzaak van het euvel wél gevonden en kon het provisorisch verholpen worden.
Op weg naar huis deed het voorval me denken aan de vele oplossingen die ondernemingsraden worden aangereikt, waarvan na verloop van tijd vaak niemand meer weet voor welk probleem ze ook alweer bedoeld waren. Laat staan dat er nog iemand een notie heeft over de oorzaak van dat probleem. Was er trouwens niet ooit een politieke partij die alléén maar oplossingen had…?
PS: Nadat de garage thuis in Nederland een structurele oplossing had gevonden, deed de auto nog vele jaren trouw dienst.





