De discussie begon een jaar geleden toen een lokale grootgrutter, die vroeger nog wel eens op de kleintjes lette, het idee kreeg om in dit randje van de biblebelt een vergunning aan te vragen om op de zondagmiddag een paar uur open te mogen zijn. U raadt het al, daar komt gedonder van.
Het politieke landschap had ook in deze, volgens statistici, meest gemiddelde gemeente van dit land, in de maand ervoor een flinke opdonder gehad met de gemeenteraadsverkiezingen. De confessionele partijen hadden allemaal een flinke dauw gekregen en een waar politiek monsterverbond van VVD, D66, GroenLinks, PvdA, ChristenUnie en SGP, zag in een nieuw college het daglicht. U begrijpt dat er over de zondagswinkelrust wijselijk niets concreets was afgesproken in het coalitieakkoord. Je moet de kat tenslotte niet op het spek binden maar dat gebeurde dankzij de aanvraag dus wel. Het bewijs dat Murphey´s Law een nog altijd geldende wetmatigheid is.
De politieke messen werden aan beide zijden geslepen, de hakken gingen in het zand en de voorstanders van de zondagsopening hadden al berekend dat op basis van zetels de buit al binnen was, mocht het uiteindelijk op een stemming in de raad uitlopen.
Maar er was nog een doel, en zeker niet minder belangrijk, dat was het behoud van die moeizaam gevormde coalitie. Het CDA, voor het eerst in de lokale geschiedenis in de oppositie rook lont en provoceerde D66 met een voorstel om het op een referendum aan te laten komen. D66 wees dit voorstel, toch één van haar kroonjuwelen, resoluut van de hand en verschool zich achter het feit dat de rest van de coalitie niet zo referendum minded is. In werkelijkheid konden de zondagsopeners de controle over de door hun gecalculeerde overwinning natuurlijk niet overlaten aan de onzekerheid van een stembusuitslag. Een compromis bleek in de maak en de toverformule moest zijn een aan de raad adviserende brede maatschappelijke discussie en die kwam er en hoe?
De landelijke en lokale pers stroomde de dag na de brede discussie-avond, die eigenlijk een soort open inspraak-avond was, vol belangstelling het gemeentehuis binnen. Nee, niet omdat de discussie zo veel nieuwe inzichten had opgeleverd maar omdat één van de insprekers uit de orthodox christelijke hoek het noodzakelijk achtte om min of meer de raadsleden die van plan waren voor de zondagsopenstelling te stemmen, met de dood te bedreigen. De raadsleden maar vooral de voorstanders van de zondagsopening waren hier terecht verontwaardigd over maar oh, wat was deze bedreiging een welkome afleiding van het feit dat die inspraakavond niets anders had opgeleverd dan het herkauwen van reeds bekende voor- en tegenargumenten en dus werkelijk niets had opgeleverd.
Zo blijkt ook hier de participatieparadox, een fenomeen zoals we die in medezeggenschapsland al jaren kennen, zich weer voor te doen. Daar waar nog veel verandering in de besluitvorming mogelijk is, is voor participatie meestal de minste ruimte. Echter gedurende het proces neemt de participatie op de besluitvorming toe terwijl werkelijke beïnvloedingsmogelijkheden sterk afneemt. Zo ook hier, volgende week zal de gemeenteraad een besluit nemen over de winkelzondagen en als er zich geen vreemde dingen voordoen zal dit gaan conform de al ingenomen politieke voorkeuren van een jaar geleden. De coalitie blijft behouden omdat zowel voor- als tegenstanders hun verhaal hebben kunnen doen. Natuurlijk haalt elke partij er uit wat ze er uit willen halen maar daarmee is inspraak eerder opportuun dan feitelijk. Als men in dit geval werkelijk participatie had gewild had men beter een referendum kunnen houden. Ik zou haast zeggen: Ondernemingsraad en werknemers, kent u het katterige gevoel van de participatieparadox in uw bedrijf? Volgens mij hoor ik daar een volmondig JA!





